Zware beroepen

1 juni 2018, update 2 augustus 2018
Welke beroepen zijn zo zwaar dat je eigenlijk eerder met pensioen zou moeten kunnen gaan? In België hebben ze sinds 2018 een lijst met zware beroepen. Demografen pleitten er onlangs voor om lager opgeleiden eerder te laten stoppen met werken. Maar ook verzekeraars maken onderscheid tussen beroepen waarbij sommige risicovolle beroepen steeds moeilijker te verzekeren zijn. Wat maakt een beroep zwaar? Wat zijn veelvoorkomende zware beroepen? En zal robotisering ervoor zorgen dat beroepen steeds minder zwaar worden?

dakdekker

Lijst van zware overheidsberoepen in België

In België hebben ze vier criteria die bepalen of een beroep als zwaar kan worden gekenmerkt. Deze zijn: fysieke zwaarte van het werk, onregelmatige uren, veiligheidsrisico’s en stress. Sommige beroepen voldoen aan alle vier de kenmerken, zoals een militair. Maar ook een verpleger scoort hoog op een aantal van deze kenmerken. Voor een leerkracht geldt dit weer in mindere mate. De lijst met beroepen in België bestaat overigens alleen uit overheidsberoepen omdat vakbonden en bedrijven het niet eens kunnen worden over een lijst met zware beroepen in de private sector.

 

Waarom is er geen lijst met zware beroepen in Nederland?

In Nederland is er geen lijst met zware beroepen. De overheid, vakbonden en het bedrijfsleven zullen waarschijnlijk ook niet met een lijst komen. Volgens voorzitter Piet Fortuin van CNV Vakmensen is het bijna niet te doen om het eens te worden over een lijst met zware beroepen. "Iedereen is het er wel over eens dat mensen die in de bouw werken een zwaar beroep hebben. Maar er zijn ook heel veel beroepen die sommige mensen zwaarder vinden dan anderen. Het werk van een verpleegster op de eerste hulp is qua belasting en stress anders dan het werk van een verpleegkundige in een verzorgingstehuis. En hoe zwaar is het beroep van een verpleegkundige in vergelijking met een dakdekker of docent in het voortgezet onderwijs?” Het CNV vindt dat je moet kijken hoe je ervoor kunt zorgen dat werknemers op een gezonde manier hun pensioenleeftijd kunnen halen. Dat kan volgens Fortuin op heel veel verschillende manieren. “Werkgevers en werknemers moeten hiervoor met elkaar in overleg en afspraken maken. Dat kan op cao-niveau voor hele sectoren en branches, maar ook binnen afzonderlijke bedrijven.” Fortuin noemt ook een paar voorbeelden. “Scholing maakt mensen flexibeler. Maar binnen het werk zelf is er ook veel mogelijk. Bij fysiek zware beroepen moet je bijvoorbeeld goed kijken naar voldoende afwisseling, rusttijden en werktijden.”

Werkgevers hebben er volgens de CNV Vakmensen-voorzitter ook een belang bij om werknemers gezond naar hun pensioenleeftijd te helpen. “Als je als werkgever van mening bent dat werknemers op een gegeven moment te oud zijn voor een bepaalde activiteit, dan moet je hierop anticiperen. Door er bijvoorbeeld voor te zorgen dat zij ergens anders aan de slag kunnen. Maar het beste zou natuurlijk zijn dat medewerkers hun werk kunnen blijven doen. Ook als werkgever zou je niet moeten willen dat jouw mensen vroegtijdig en uitgeblust de arbeidsmarkt verlaten. Dat is slecht voor iedereen.”

 

Moeten lager opgeleiden eerder met pensioen dan hoger opgeleiden?

Demografen van het demografisch instituut Nidi pleitten er onlangs voor om de pensioenleeftijd te laten afhangen van iemands opleidingsniveau. Uit diverse studies blijkt namelijk dat laagopgeleiden gemiddeld eerder beginnen met werken, over het algemeen fysiek zwaarder werk doen en korter leven. In plaats van te werken met een lijst met zware beroepen zou volgens de demografen het opleidingsniveau bepalend moeten zijn voor iemands pensioenleeftijd. Omdat lager opgeleiden eerder beginnen met werken kunnen zij ook eerder stoppen en hebben zij gemiddeld genomen even lang gewerkt als hoger opgeleiden. De koppeling van iemands AOW-leeftijd aan opleidingsniveau is echter lastig uitvoerbaar. Heel praktisch weet de landelijke overheid bijvoorbeeld niet van alle Nederlanders welke opleiding zij hebben genoten. Een ander bezwaar tegen een onderscheid op basis van opleidingsniveau is dat er ook hoger opgeleiden zijn met zware beroepen. Bijvoorbeeld een hbo-verpleegkundige en een verkeersleider. En op lager en middelbaar niveau zijn er ook functies die fysiek minder belastend zijn. Zoals een administratief medewerker en een verkoopadviseur. Daarnaast kun je naast een onderscheid tussen opleidingsniveau ook een onderscheid gaan maken tussen man of vrouw (vrouwen leven langer) of rokers en niet-rokers (rokers leven korter), etc. Een koppeling van de AOW-leeftijd aan opleidingsniveau zou daarnaast ook de prikkel voor doorleren kunnen wegnemen. En tot slot kun je je afvragen hoe zwaar beroepen, als gevolg van robotisering, over tien of twintig jaar zijn. Het idee achter een variabele AOW-leeftijd op basis van opleidingsniveau is sympathiek maar er zitten heel veel praktische en ook wel principiële bezwaren aan vast.

 

Veel zware beroepen zullen minder zwaar worden

Veel zware beroepen zullen over een paar tot 20 jaar veel minder zwaar zijn. Een agrariër is vandaag de dag meer een operator van machines en computers dan iemand die vooral fysiek zware arbeid verricht. Dankzij robotisering zullen er steeds meer zware werkzaamheden door robots overgenomen gaan worden. In de verpleging worden er al tilrobots ontwikkeld en de voorspelling is dat zelfs meer dan 80% van het werk van een stukadoor op termijn door robots gedaan kan worden. Sommige zware beroepen zullen dus als gevolg van robotisering verdwijnen of een stuk minder zwaar worden. Via de beroepenzoeker kun je ontdekken hoe groot de kans is dat werkzaamheden die bij een beroep horen, overgenomen kunnen worden door robots.

 

Risicovolle beroepen

Een andere manier om te kijken naar de zwaarte van een beroep is het beoordelen van beroepen door de bril van een verzekeraar. Het FD publiceerde een artikel waaruit blijkt dat sommige beroepen dusdanig risicovol zijn dat verzekeraars hoge premies vragen voor een schade- of aansprakelijkheidsverzekering. Het betreft dan vooral beroepen met een hoge schadefrequentie aan voertuigen (taxichauffeurs en vrachtwagenchauffeurs) en beroepen met incidentele, maar zeer kostbare schades, bijvoorbeeld vanwege brand of aansprakelijkheid (veehouders, dakdekkers en verloskundigen). Sommige van deze risicovolle beroepen zijn inderdaad ook zwaar te noemen in de zin van fysieke werkzaamheden maar voor andere beroepen wordt de zwaarte vooral bepaald door het risico van aansprakelijkheid. Zeker als de premies zo hoog worden dat iemand onverzekerd werkt.

schoonmaker

Kenmerk van zware beroepen

In de beleving van mensen hebben zware beroepen vooral een fysieke kant. Of nu je politieagent, verhuizer, bouwvakker of verpleger bent. In al deze beroepen werk je met je handen en moet je vaak fysieke werkzaamheden verrichten. In beroepskeuze termen wordt dit kenmerk ook wel realistisch genoemd. Het kenmerk realistisch wordt ook wel getypeerd als het tegenovergestelde van een kantoorbaan. Andere voorbeelden van realistische beroepen zijn een monteur, chirurg, boswachter en vrachtwagenchauffeur. Ben jij benieuwd of je hoog scoort op dit kenmerk? Doe dan de beroepskeuzetest en ontdek hoe realistisch je bent.

Lijst met zware beroepen in het bedrijfsleven

Ondanks het feit dat er geen officiële lijsten bestaan met zware beroepen in het bedrijfsleven hebben we toch een aantal zware beroepen op een rijtje gezet. Heb je nog suggesties voor deze lijst, laat het ons gerust weten en neem contact op.